Wij maken gebruik van cookies om u de beste ervaring te garanderen op onze website. U accepteert onze cookies door verder te gaan. Voor meer informatie, klik hier.  meer informatie  OK

 
     


 Energiemetabolisme van de inspanning 

Bij elke beweging, elke inspanning trekt de spier samen. Deze contractie vereist energie: ATP. Maar waar komt dat vandaan?




Wat is ATP?

ATP of adenosinetrifosfaat is de vorm van energieopslag. Het menselijk lichaam bevat er slechts 85 g van. Die lage reserves maken het niet mogelijk om een inspanning lange tijd aan te houden. In enkele seconden zijn die voorraden uitgeput, ze moeten dus voortdurend opnieuw opgebouwd worden.



Waar komt die energie vandaan?

Ze kan afkomstig zijn van een onmiddellijke energiebron, opgeslagen in de spieren, de fosfocreatine. Zij maakt het mogelijk om ATP te regenereren tijdens korte en intensieve inspanningen.

Wanneer de inspanning lang duurt, is de ATP afkomstig van de cyclus van Krebs, dat wil zeggen dat het geproduceerd wordt in de mitochondriën van de cellen, op basis van zuurstof en:

- glycogeen, opslagvorm van glucose in de spieren en de lever.
- triglyceriden, opslagvorm van de lipiden in de spieren en het vetweefsel.



De energiesystemen
  • alactisch anaeroob systeem

Wordt gebruikt bij korte en intensieve inspanningen (sprint, gewichtheffen, springen, werpen), die zonder zuurstof verlopen. Dit systeem gebruikt de plaatselijke reserves fosfocreatine die na 10 seconden uitgeput zijn.

  • lactisch anaeroob systeem

Dit systeem neemt het over voor inspanningen van korte duur (enkele minuten) en grote intensiteit. Dit systeem heeft geen zuurstof nodig om de glucose af te breken, maar het produceert melkzuur. Dat is de beperkende factor van dit systeem, want hoe meer het zich opstapelt, hoe meer de prestaties dalen.

  • aeroob systeem

Deze metabole weg wordt gebruikt voor langere inspanningen of duurtrainingen. De spiercontractie kan behouden blijven, want de ATP wordt voortdurend geregenereerd.
Dit systeem heeft zuurstof nodig en kan de koolhydraten of vetstoffen afbreken. Dat hangt af van de duur van de inspanning en ook van de voedingstoestand van de sporter.
Voor een weerstandstraining van een zekere duur < 30 min, l'utilisation des glucides est privilégiée.
Voor een duurtraining van > 30 min zijn het de vetstoffen die gebruikt worden, waardoor de van nature lage glycogeenreserves gespaard worden.

 


 

 



Waarvoor dient de energie?

20 tot 25% van de energie stelt de spier in staat om zich samen te trekken, dat is de zogenaamde mechanische energie.
De overige 75 à 80% gaat weg in de vorm van warmte, dat is verloren energie voor de spier.

Dit rendement is laag, het is dus van primordiaal belang om reserves aan te leggen.

terug